Verduurzaming als uitdaging: een Bussums huis uit 1890

Verduurzaming als uitdaging: een Bussums huis uit 1890

13.06.2019

Achteraanzicht huis 

 

Consultant Miel Janssen en grafisch kunstenaar Bea van der Heijden hadden een paar wensen: een grotere tuin, en voor Bea een atelier op de begane grond. Toen de Graaf Wichmanlaan 30 in Bussum te koop kwam, waren ze op slag verliefd. Met ratio had de aankoop op 3 oktober 2016 weinig te maken: groter gaan wonen als de kinderen het huis uit zijn. Door de verhuizing uit het Bredius naar Het Spiegel ging ook een lang gekoesterde wens in vervulling.

De koop van het huis, grotendeels in originele staat, viel samen met het begin van een sabbatical. Miel en Bea raakten aan de praat met architect Bob Custers (bureau Vocus), die een passie heeft voor de realisatie van ‘schone’ gebouwen, en met tuinarchitect Marlies van Diest. De passie van Bob bleek besmettelijk. Verliefdheid werd gecombineerd met de ratio en zo begon een verbouwing die veel weg had van een liefhebberij. Uitgangspunten: de achterkant vergroten met een veranda, en verbinden met de tuin. En een atelier met noorderlicht in een lommerrijke natuurtuin.

Als je dan toch begint, dan meteen duurzaam. Dan gaat het over het beperken van ‘lekkage’: isoleren. Muren zonder spouw? Dat betekent dat aan de binnenkant van de buitenmuren 12 cm. wordt ingeleverd voor een houten skelet gevuld met Kingspan isolatie. Daarop multiplex platen, gips en uiteindelijk het stucwerk. Met die opbouw sla je met hetzelfde gevoel een spijker in de muur.

 

Dubbel glas

Maar de meeste warmte gaat verloren door (enkel) glas. Dan leer je dat er een wereld schuilgaat achter ‘dubbel glas’, variërend van eerste generatie 6 mm tot aan HR++ van 22 mm. en verder. Voor de glasrijke achterkant werd het 20 mm. gevat in een slanke, zwartstalen pui. Voor de rest van het huis werden raampartijen opnieuw gemaakt om het gebruik van minder esthetische opzetlatten te voorkomen bij de huisvesting van het dikkere 16 mm. HR++. Raam- en deurkozijnen werden voorzien van tochtstrips, en waar nodig van ventilatieroosters.

 

Het dak was al geïsoleerd, maar de vloeren waren nog origineel met daaronder een kruipruimte. Daar kwamen betonnen balken met daarop het vlechtwerk voor de cementen vloer voor de ‘natte’ vloerverwarming, en daarop de parketvloer. Op de verdiepingen werd gebruik gemaakt van het ‘droge’ vloerverwarmingssysteem van Uponor met voorgevormde slangenbassins. Warmtewinst zit voor 60-70 procent in isolatie; 30 procent houdt verband met de efficiëntie van vloerverwarming. Bovendien: alle radiatoren en buizen konden de deur uit!

 

Warmtepomp

Toen het warmteverlies was geminimaliseerd, kwam de vraag op of het forse huis ook zonder gas zou kunnen. Want dat is de toekomst, heet het. Dat is afhankelijk van de RC-waarde: de warmteweerstand van een constructie, zoals een pui, dak of vloer. En dat bepaalt ook óf, en bij welk type warmtepomp je dan terechtkomt. De - meest voorkomende - luchtwarmtepomp heeft geen beste reputatie, in verband met geluid, en is doorgaans voorbehouden voor woningen van ná 1990.

 

Maar er zijn ook pompen gebaseerd op temperatuurverschillen van water en pompen die gebruik maken van aardwarmte. Die laatste zijn aanzienlijk stiller. Een grondboorbedrijf doet op basis van grondkaarten proefboringen om te bepalen of het mogelijk is en op welk diepte een lus moet worden getrokken. Hier zijn drie bronnen geslagen op 172 meter diepte. Eén bron voor het atelier, en twee bronnen voor het volume van het huis.

 

Dat klinkt geavanceerd, maar de investeringen blijken relatief bescheiden. De boringen komen op ruim 10.000 Euro en het totaal aan installaties (warmtepompen, verdelers, slangenstelsel, etc.) komt op een 30.000 Euro. En als je toch aan het boren bent, haken we op vijftig meter diepte ook maar even aan op het grondwater voor de beregeningsinstallatie. De gesloten aardwarmte-installatie vereist geen vergunning; een melding bij de gemeente volstaat. De Investeringssubsidies Duurzame Energie (ISDE van RVO) leveren overigens ook nog een bijdrage. Een groot onvoorzien voordeel: bij hittegolven draai je de pompen met een knop om en geniet je binnen van heerlijk koele nachten.

 

Gasloos

Nu het huis gasloos wordt verwarmd bij een constante temperatuur van rond de 20,5 C, is het elektriciteitsverbruik met ongeveer 25 procent gestegen. Dat valt mee, maar leidt de aandacht naar eigen opwekking. Daarvoor is nu nog geen oplossing. De zijdaken die zich qua zonrichting kwalificeren zijn vanaf de straat goed te zien en dan zijn zonnepanelen in beschermd dorpsgezicht niet toegestaan. Dat was voor Miel aanleiding actief te worden bij energiecoöperatie WattNu om een impuls te gaan geven aan de ontwikkeling van collectieve zonnedaken.

 

 Atelier, vijver en moestuin aan de achterkant van het huis

 

Tja, gaandeweg wordt je klimaatbewust en bedenk je meer. Het hemelwater van het atelier mondt uit in een ‘wasch-meer’, een inundatievijver, waarin het water vertraagd wordt afgevoerd in de tuin. Het hemelwater van het huis is ook afgekoppeld van het riool en komt via een buizensysteem op een halve meter diepte verspreid uit bij de borders van de tuin. Bij de keuze van de beplanting van de tuin is gelet op bij- en vlindervriendelijke beplanting. Miel voorziet het huishouden verder vanaf een vijftig vierkante meter moestuin van aardappels, groenten en fruit.

 

Open haard

En dan is er nog de haard. Een traditionele haard levert 15-20 procent aan effectieve warmte, de rest gaat verloren. Door een glazen omkapping van de ‘open’ haard is de temperatuur hoger en de verbranding beter, terwijl het rookkanaal is voorzien van een mantel met lucht die wordt opgewarmd. Die luchtstroom vindt zijn weg dan weer door de ventilatieopeningen bij plint en plafond. Warmteopbrengst nu: naar schatting 85 procent.

 

Met de opgedane wijsheid liep Miel rond op het Duurzaamheidscafé van Gooise Meren, waar ik hem tegen het lijf liep. Op zoek naar motivatie van Miel en Bea kom ik niet uit bij het profiel van de typische klimaatidealisten. Zij gaan gewoon op wintersport, maar leven bewust.

 

De passie van architect Bob Custers en zorgen over klimaatontwikkeling, gecombineerd met gezonde nieuwsgierigheid naar de technische mogelijkheden vielen samen met het moment van de grootscheepse verbouwing. En dat is ook wat Miel zegt: “Isoleren, het beperken van ‘lekkage’, is altijd goed, maar de fundamentele herziening van de warmtehuishouding moet je op natuurlijke wijze laten samenvallen met een verhuizing of verbouwing. Het moet wel gezellig blijven”. En dat blijkt ook te kunnen met een huis uit 1890.

 

Dit artikel is, met toestemming, overgenomen uit Spiegelschrift 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Lokale activiteiten op het gebied van duurzaamheid vind je in onze agenda.